Het antwoord hieronder is gericht op de oorspronkelijke vraag over Venus. Voor
Mercurius geldt echter hetzelfde.
Venus staat inderdaad dichter bij de Zon dan de Aarde. Echter, dat
betekent niet dat Venus zich altijd op één lijn met de Aarde en de Zon
bevindt. Venus draait immers haar eigen baantjes om de Zon, en doet dit
met een kortere baanperiode dan de Aarde. Het gevolg is dat Venus de
Aarde regelmatig 'inhaalt'. Op het moment van inhalen staan de drie
objecten op een lijn, maar een aantal dagen later heeft Venus een iets
groter deel van haar baan afgelegd dan de Aarde (zie Figuur 1, A = Aarde,
V = Venus). Op dat moment staat
Venus dus iets naast de Zon, vanaf de Aarde gezien. Dat betekent
dat wanneer de Zon opkomt, Venus dat net iets eerder deed, zodat de
planeet 's ochtends te zien is. Wanneer de planeet aan de andere kant van
de Zon staat, zoals op dit moment (februari 2009), is Venus aan de
avondhemel zichtbaar.
Zoals Figuur 1 aangeeft, staat Venus niet steeds precies tussen de Aarde en de
Zon. De grootste hoekafstand tussen de Zon en Venus wordt bereikt in
de posities V3 en V4. We noemen deze positie van Venus (en Mercurius)
de grootste
elongatie.
Doordat Venus dichter bij de Zon staat dan de Aarde, staat zij altijd
ruwweg in de richting van de Zon, d.w.z., nooit al te ver van de Zon
vandaan (hetzelfde geldt, in sterkere mate, voor Mercurius). Je zult
bijvoorbeeld nooit Venus 's nachts in het zuiden zien
staan, zoals bijvoorbeeld Mars (positie M1
(oppositie)
in Figuur 1). De maximale afstand tussen Venus en
de Zon bedraagt circa 48 graden. Hierdoor is Venus dus altijd ofwel 's
avonds (planeet staat links van de Zon, V3) ofwel 's ochtends (planeet
staat rechts van de Zon, V4) te zien.
|
|
Figuur 1: Schematische weergave van de binnenste vier planeten in ons zonnestelsel.
|
|