11/2: Maansverduistering   –   Google Play SterHemel  app  MijnHemel App Store   –   Hemel vannacht   –   Weer   –   Meer vragen over de Zon   –   FAQ   –   De Zon   –   Zon en Maan   –   Op/onder   –   Astrokalender   –   Hemelkaart   –   Maanfasekalender     Naar de hoofdpagina Contact HemelApps FAQ Google Play App Store YouTube Google agenda Facebook Twitter


Logo hemel.waarnemen.com

Hoe kan men de zonnewind waarnemen?


In de lessen aardrijkskunde op school leren wij over de Zon en de planeten. Wij hebben een taak gekregen met als vraag: “Waar en hoe kunnen we op Aarde zonnewind waarnemen?” Zou u mij kunnen helpen?




Het direct waarnemen van de zonnewind vanaf het aardoppervlak is lastig of onmogelijk. De deeltjes van de zonnewind dringen namelijk niet of nauwelijks door tot de aardatmosfeer, doordat ze voor het grootste deel worden tegengehouden door het magneetveld van de Aarde, ook wel de magnetosfeer genoemd.

Om die reden wordt gebruik gemaakt van satellieten, die zich boven de aardatmosfeer en het liefst ook buiten de magnetosfeer van de Aarde bevinden. De eerste directe waarneming van de zonnewind werd gedaan in januari 1959, door de Russische satelliet Luna 1. De satelliet had apparatuur aan boord om de deeltjes van de zonnewind in te vangen en mat circa 400 deeltjes per kubieke centimeter op een afstand van zo'n 150.000 kilometer, circa 40% van de afstand tot de Maan.

Figuur 1.
Figuur 1: Noorderlicht boven Estland. Copyright: Janek Pärn.
In 1990 werd de Ulysses-satelliet gelanceerd, die als eerste de zonnewind waarnam van boven de polen van de Zon, in plaats van vanuit het vlak van het zonnestelsel. Sinds eind jaren 1990 houdt de ESA/NASA satelliet het Solar and Heliospheric Observatory (SOHO) de Zon continu in de gaten. In 2010 lanceerde NASA het Solar Dynamics Observatory (SDO), met eenzelfde opdracht. Op de websites van SOHO en SDO zijn opnamen en animaties te vinden, waarop te zien is hoe gas aan de Zon ontsnapt.

Het materieverlies in de zonnewind heeft geen inlvoed op de Zon zelf; daarvoor is dit te weinig (zie Hoeveel gram wordt de Zon per seconde lichter?). Het gas stroomt echter vervolgens het zonnestelsel in, waar het kan interageren met bijvoorbeeld planeten en kometen. Van kometen is bekend dat hun staart altijd van de Zon af gericht is. Dit effect wordt veroorzaakt door de langsstromende zonnewind. Ook veroorzaakt de interactie tussen de zonnewind en de magnetosferen van planeten aurora (poollicht; noorder- en zuiderlicht). Met name bij uitbarstingen op de Zon, die in de richting van de Aarde bewegen, is bij ons meer aurora-activiteit te zien. Deze interactie tussen zonnewind en planeten wordt wel space weather (“ruimteweer”) genoemd.

Bij sterren spreken we van sterwinden, die vaak vele malen sterker zijn dan de zonnewind. In dat geval kunnen we de sterwind soms waarnemen door een spectrum te maken. Het signaal van de wind bevat informatie over de snelheid waarmee de wind uitstroomd (waarbij gebruikt wordt gemaakt van het Doppler-effect) en de dichtheid van de wind. Ook de Zon zal, over enkele miljarden jaren, een sterkere wind krijgen, waardoor zij als rode reuzenster circa 40% van haar huidige massa zal verliezen.




Zie ook:
SOHO metingen aan de zonnewind in de afgelopen 48 uur
SOHO space weather
spaceweather.com
ESA/NASA SOHO gallery
NASA SDO: foto's en animaties

Hoeveel gram wordt de Zon per seconde lichter?
Hoe ontstaan de vlekken op de Zon?

De Zon
Vannacht aan de hemel: zonsopkomst, -ondergang en daglicht
Opkomst en ondergang van de Zon
Zon en Maan op dit moment
Dagelijkse gegevens van de Zon


App Store       Google Play                

11/2: Maansverduistering   –   Google Play SterHemel  app  MijnHemel App Store   –   Hemel vannacht   –   Weer   –   Meer vragen over de Zon   –   FAQ   –   De Zon   –   Zon en Maan   –   Op/onder   –   Astrokalender   –   Hemelkaart   –   Maanfasekalender     Naar de hoofdpagina Contact HemelApps FAQ Google Play App Store YouTube Google agenda Facebook Twitter


Copyright © 2004–2017   Marc van der Sluys, hemel.waarnemen.com  –  De sterrenhemel voor Nederland en België  —  gewijzigd: 07/02/2017  —  bronvermelding