Terug   -   De sterrenhemel voor Nederland en België


Analemma


Figuur 1: Een analemma waar de declinatie van de Zon is uitgezet tegen de tijdsvereffening.
Op deze pagina vindt u een zogenaamd analemma. Een analemma laat in een figuur de positie van de ware Zon op een vast tijdstip zien, gedurende een jaar. Zo variëert de hoogte van de Zon aan de hemel met de seizoenen, als gevolg van de scheve stand van de Aardas. Dit is meetbaar in de declinatie van de Zon aan de hemel. Daarnaast staat de Zon niet iedere dag om dezelfde tijd in het zuiden, maar bijvoorbeeld in februari tot een kwartier later en in november een kwartier vroeger dan gemiddeld. Dit verschil tussen de doorgang in het zuiden van de middelbare Zon (een denkbeeldige Zon die met constante snelheid langs de hemel beweegt) en de ware Zon wordt tijdsvereffening (equation of time) genoemd. De oorzaak van het feit dat de ware Zon niet met constante snelheid langs de ecliptica beweegt is dat de Aarde een elliptische baan om de Zon heeft. De Aarde staat soms dichter bij de Zon dan gemiddeld en beweegt dan sneller, soms verder van de Zon en beweegt dan langzamer. Een voorbeeld van een analemma waar de declinatie van de Zon tegen de tijdsvereffening is uitgezet vindt u in Figuur 1.


Iedere dag in het diagram wordt weergegeven door een geel puntje, het begin van iedere maand is afgebeeld als een rode stip met het nummer van die maand erbij geschreven. Het precieze tijdstip van ieder puntje is 0 uur UT = 1 uur wintertijd = 2 uur zomertijd. De dagelijkse puntjes staan onderin het analemma wijder uit elkaar dan bovenin. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat de Aarde begin januari in het perihelium (het dichtst bij de Zon) staat en dus snel beweegt, en begin juli in het aphelium. De figuur verschilt nauwelijks van jaar tot jaar (een puntje meer in schrikkeljaren), maar wel over de eeuwen, en stond bijvoorbeeld mooi 'rechtop' in het jaar 1246.

Figuur 2: Een analemma waar de hoogte van de Zon en haar azimut staan uitgezet.


Een andere methode om een analemma te verkrijgen is door gedurende een jaar steeds om dezelfde tijd een foto van de Zon te maken. Omdat de Zon soms voor en soms achter loopt op de middelbare Zon, staat de Zon op zo'n foto soms iets meer naar het westen en soms iets meer naar het oosten op de foto. Een theoretisch voorbeeld hiervan ziet u in Figuur 2. In de afbeelding staan azimut (de (wind)richting aan de horizon waar de Zon staat) en hoogte boven de horizon van de Zon voor iedere dag van het jaar afgebeeld door een geel puntje en voor iedere eerste dag van de maand door een rode stip. Ieder punt in deze figuur komt dus overeen met een punt in Figuur 1. Met het maken van de 'kaart' is rekening gehouden met het feit dat we de hemel als een bol zien, vandaar dat het grid naar boven toeloopt. Strikt genomen geldt dit analemma voor de geografische breedte van Utrecht (ongeveer 52°06') op het tijdstip dat de middelbare Zon in het zuiden staat (12u39m19s wintertijd en dus niet 12 uur!). Merk ook op dat de Zon 's zomers ongeveer vier maal zo hoog aan de hemel staat dan 's winters!


Terug   -   De sterrenhemel voor Nederland en België