Gegevens van de Maan   –   De Maan   –   Interactief   –   Maanfasen   –   Maanfasekalender   –   Maansverduisteringen   –   Zon en Maan   –   Vragen over de Maan   –   Opkomst en ondergang   –   Astrokalender   –   Hemelkaart     Naar de hoofdpagina Facebook Twitter

Logo hemel.waarnemen.com

Uitleg bij de tabellen: dagelijkse gegevens voor de Maan



Per dag zijn de gegevens voor 2 tijdstippen berekend; voor 0 uur en 12 uur lokale tijd: wintertijd (MET) of zomertijd (MEZT)

Alle tijdstippen (in kolommen 3-5) zijn in lokale tijd, in uren en minuten (uu:mm), rekening houdend met de zomertijd en gelden strikt genomen voor Utrecht. Op sommige dagen vindt zo'n gebeurtenis niet plaats en wordt er --:-- weergegeven in de tabel.

Het niet plaatsvinden van bijvoorbeeld de opkomst van de Maan (terwijl deze die dag wel ondergaat) klinkt vreemd, maar heeft te maken met het feit dat er meer dan 24 uur zit tussen twee opeenvolgende opkomsten van de Maan (iedere “maand”, d.w.z. ongeveer 29,5 dagen, komt de Maan een keer minder op dan de Zon, dus gemiddeld zit er zo'n 24,8 uur tussen twee opeenvolgende maanopkomsten).
Neem als voorbeeld 2–4 december 2015. De Maan komt op 2 december kort voor middernacht (om 23:45 uur) op, gaat in de middag van 3 december (13:14 uur) onder en komt ten slotte kort na middernacht — om 0:49 uur, dus ruim 25 uur na de vorige opkomst en op 4 december — weer op. In dit geval vindt er dus geen opkomst plaats op 3 december 2015.

Op dagen waarop de zomertijd ingaat of eindigt, zijn alle tijdtippen in de nieuwe tijdzone.

De gegevens in kolommen 6-8 gelden respectievelijk voor het tijdstip van opkomst, transit en ondergang en voor Utrecht. Wanneer deze gebeurtenis niet plaatsvindt die dag, staat er 0.0 in de tabel.

De gegevens in de kolommen (9-24) worden steeds voor twee tijdstippen op een dag weergegeven: voor 0 en 12 uur MET of MEZT.

Deze gegevens zijn geocentrisch en gelden dus strikt genomen voor een waarnemer in het middelpunt van de Aarde.

De gegevens zijn bovendien schijnbaar, dus rekening houdend met de reistijd van het licht. Dat wil zeggen dat b.v. de positie wordt gegeven waar de Maan op dat moment lijkt te staan, dat is de positie waar de Maan een paar seconden eerder stond, toen het licht dat nu wordt waargenomen er vertrok.


1: Datum Datum waarvoor de gegevens gelden
2: Tijd Locale tijd: 0 of 12 uur MET of MEZT
3: Op tijd Opkomsttijd (uren en minuten)
4: Trans tijd Transittijd (uren en minuten): Maan beweegt door het zuiden en staat in het hoogste punt boven de horizon
5: Onder tijd Ondergangstijd (uren en minuten)
6: Op az Opkomst-azimut (°); plaats aan de horizon waar de Maan opkomt: 0: noord, 90: oost, 180: zuid, 270: west
7: Tran hgt Transit-hoogte (°); grootste hoogte van de Maan boven de horizon, in het zuiden
8: Onder az Ondergang-azimut (°); plaats aan de horizon waar de Maan ondergaat: 0: noord, 90: oost, 180: zuid, 270: west
9: Geocent. diameter Schijnbare diameter voor een geocentrische waarnemer (’,”)
10: Verl. deel Verlichte deel: het percentage van het maanoppervlak dat voor een waarnemer op Aarde verlicht is
11: Oud.dom Ouderdom van de Maan; het aantal dagen dat is verstreken sinds de laatste Nieuwe Maan
12: Ster.beeld Afkorting van de latijnse naam van het sterrenbeeld waarin de Maan zich bevindt. Zie de lijst met sterrenbeelden.
13: Geocen. ecliptische lengte Schijnbare geocentrische ecliptische lengte (°,’,”)
14: Geocen. ecliptische breedte Schijnbare geocentrische ecliptische breedte (°,’,”)
15: Sch. geocentrische R.K. Schijnbare geocentrische rechte klimming (uren, minuten en seconden)
16: Sch. geocentrische decl. Schijnbare geocentrische declinatie (°,’,”)
17: Geocentr. afstand Schijnbare geocentrische afstand tot de Aarde (kilometers)
18: Lichttijd Schijnbare geocentrische lichttijd (seconden): de tijd die het licht van de Maan nodig heeft om de Aarde te bereiken
19: Elongatie Elongatie: hoekafstand tot de Zon
20: Fasehoek Fasehoek van de Maan (°): de hoek Zon-Maan-Aarde
21: Libraties: len. Libratie in lengte (°): de selenografische lengte van het midden van de Maan, ofwel de lengtegraad op de Maan van de plaats waar de Aarde in het zenit staat (+ is west). Dit beschrijft het 'nee-schudden' van de Maan en is de som van de optische en fysische libratie.
22: Libraties: br. Libratie in breedte (°): de selenografische breedte van het midden van de Maan, ofwel de breedtegraad op de Maan van de plaats waar de Aarde in het zenit staat (+ is noord). Dit beschrijft het 'ja-knikken' van de Maan en is de som van de optische en fysische libratie.
23: Colen. Zon Selenografische colengte van de Zon (°): 90° minus de lengtegraad op de Maan van de plaats waar de Zon in het zenit staat. Door het verschil van 90° is dit de plaats van de terminator, de grens tussen licht en donker.
24: Seln.gr. br. Selenografische breedte van de Zon (°): de breedtegraad op de Maan van de plaats waar de Zon in het zenit staat.
25: Positiehoek as Positiehoek van de as van de Maan (°), ten opzichte van het noorden.
26: Positiehoek verl.dl. Positiehoek van het verlichte deel van de Maan (°), ten opzichte van het noorden.
27: Datum Datum waarvoor de gegevens gelden, nogmaals voor een beter overzicht in de brede tabel
28: Tijd Locale tijd: 0 of 12 uur MET of MEZT






Gegevens van de Maan   –   De Maan   –   Interactief   –   Maanfasen   –   Maanfasekalender   –   Maansverduisteringen   –   Zon en Maan   –   Vragen over de Maan   –   Opkomst en ondergang   –   Astrokalender   –   Hemelkaart     Naar de hoofdpagina Facebook Twitter


© 2004–2015   Marc van der Sluys, hemel.waarnemen.com